ZIT MIJN KINDJE GOED?

Gepubliceerd op 6 juli 2024 om 14:02

De million dollar question. Zit mijn kindje wel goed in mijn draagsysteem?

Als ervaren geschoold consulent houdt deze vraag in dat ik kijk naar de houding en plaatsing van het kindje. De criteria die hierbij van belang zijn: is er een ergonomische houding bereikt en zit het kindje veilig?

Wat is dan die ergonomische houding? Vaak wordt hier gesproken over de zogenaamde M-houding, een soort spreidhurkzit of kikkerhouding waarbij een kindje rechtop zit met de knietjes hoger dan de billetjes en een goed gekanteld bekken. Afhankelijk van de leeftijd is er hierbij sprake van meer of minder bolling in de rug.

Als we kijken naar de ontwikkeling van een baby, dan zien we dat de spieren stelselmatig sterker worden, en dat de core of ruggengraat ook verandert van vorm. Bij een pasgeborene neemt deze eerder een J vorm aan, om over te gaan naar een C vorm met nekcontrole tegen dat een kindje 3-4 maanden is.

Verder in de ontwikkeling krijgt het kindje steeds meer controle over bovenlichaam, beginnende van de nek om via de schoudergordel naar onderen. Controle betekent dat de spieren voldoende gevormd zijn, en dat de wervels en botten stevig genoeg verankerd zitten. 

©instituut voor hechting

Rond de leeftijd van 6 maanden kan een baby vaak al stabiel rechtop zitten, nog steeds met gekanteld bekken en licht bolling in de rug. Wanneer een kindje van lig zelfstandig naar zittende houding kan geraken zonder hulpmiddelen is de volledige core stabiel genoeg om correcties uit te voeren en een kindje rechtop te houden.

De ergonomische houding houdt dus onder andere rekening met de juiste bolling van de rug, afgaande op de ontwikkelingsfase. Daarnaast is ook de positie van de heupjes van groot belang. Zo weinig mogelijk druk op de heupen, maar wel de juiste positie zodat een diepe heupkom ontstaat doordat de heupkop op de juiste manier op het kraakbeenweefsel geplaatst wordt. Deze positie nemen pasgeboren kinderen aan als je ze opneemt, namelijk, de knietjes opgetrokken en de billen lager. Deze 'foetushouding' is dus niet alleen ideaal voor de heupontwikkeling, maar is ook van nature aanwezig.

Of een kindje goed zit is dus onderhevig aan een aantal factoren, deze werden hierboven al toegelicht, en betekent hier dus dat de drager of draagdoek toelaat dat een kindje die houding kan aannemen, en ook dat het draagsysteem deze houding mee ondersteund en zorgt dat de kin niet op de borst kan zakken, dit belemmert namelijk de ademweg.

Bij een drager met tailleband betekent dit dat het kindje met de billen over de rand van de band moet kunnen zakken zodat het bekken kantelt en de knietjes mooi hoger komen te zitten en dat de rest van het rugpand goed aansluit zodat het kindje ondersteund is, niet kan scheefzakken of niet kan inzakken.  Bij een doek betekent dat de billen over de rail of het kruis van doekbanen moet kunnen zakken en dat het geheel goed op spanning is zodat inzakken of scheefzakken voorkomen wordt.

Last but not least, veiligheid. Naast ergonomie is ook veiligheid van belang. Je kostbaarste bezit is een levend wezen met bepaalde behoefte, sommige daarvan essentieel voor de overleving, zoals zuurstof. De drager of doek mag maximaal ondersteuning bieden tot aan de onderkant van de oorlelletjes en het kindje mag niet inzakken.

Komt de drager of doek te hoog, dan is het neusje niet vrij, bestaat de kans op rebreathing en kan het druk geven op het achterhoofdje van het kindje waardoor een strekreflex uitgelokt wordt en de houding dus niet goed meer is.

Naast hoogte van het draagsysteem is ook hoogte van de draagouder belangrijk, zeker als die laatste borsten heeft. 

Een kindje zit het beste op kusjeshoogte, dat houdt in dat het hoofdje gemakkelijk te kussen valt, dat wanneer je kindje in slaap valt, het hoofdje rust op het platte stuk net boven je borsten (lager geeft risico op ertussen zakken en belemmert de ademweg) en dat je vlot zicht hebt op je kindje. Te hoog is oncomfortabel voor jou als drager, en houdt een reëel kopstootrisico in. Bij mannen is die ideale hoogte vaak iets lager bij het gebrek aan borsten en andere lichaamsbouw. 

Het beoordelen of een kindje goed zit is dus niet louter een paar zaken afvinken, maar is een wisselwerking van twee levende lichamen die elkaar vinden in een gepast draagsysteem waarbij ergonomie van beide en veiligheid centraal staan.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.